Op internet zijn tal van artikelen te vinden over de schadelijke invloed van melk op vooral de Westerse mens. Ooit een Chinees een glas melk zien drinken? Dan zal hem dat waarschijnlijk slecht bekomen zijn, want Aziaten zijn doorgaans allergisch voor melk. Drinken moslims melk? Van oudsher gebruiken sommigen tijdens de ramadan dadels en melk. De gemiddelde Duitser consumeert 320 liter zuivel per jaar.
Zelf ben ik nooit dol geweest op melk. Het moest, melk drinken. We kregen melk op de kleuterschool en als je die niet wilde omdat hij zuur was of lobbig, kon je net zolang op het plein gaan zitten tot je het flesje leeg had. Een glazen flesje met een aluminium dop. Reclamebureau Prad bedacht in 1958 de M-brigade. Je kreeg een kaart waarop je kon aangeven of je de voorgeschreven drie glazen melk per dag haalde. Hadden mijn zusjes ook zo’n kaart? Niet dat ik weet. Jongens zouden flink en sterk worden van melk. Was dat voor de aanstaande melkproducentes niet nodig?
Ik denk aan het melkmeisje, dat trouwens niet dronk maar schonk. Vervolgens vraag ik mij af of melk voorkomt in poëzie. Vast wel. Hier, het slot van Melkknecht van Gerrit Achterberg:
Het is vandaag weer goed en veel geweest;
Hij geeft zijn melk als dichteren hun bloed.
En hier, de titel van een bloemlezing poëzie (‘bloemlezing’, een poëtisch woord op zich): Geur van honing en jonge melk
Een gedicht van Frédéric Leroy heet: Melk, boter en een bruid voor Satan
Jan Hanlo in zo meen ik dat ook jij bent:
als melk
als leem
en t bleke rood van vaal gesteent
of porselein
Wit blad van Joris Denoo bevat de regel:
Rimpelingen stremden als luie melk.
En Benno Barnard schrijft in Moedertaal
U hebt het witte gezicht van de melk
die ik dronk in het huis aan de Amstel
Een bundel van hem heet trouwens: Gedichten in melk geschreven
Tsead Bruinja in het gedicht de werkelijke slachtoffers, dat gaat over de geweldadigheden in de Gaza-strook:
de drummer giet melk op zijn vellen
waarbij die drummer een soort God is.
Een fragment uit Tacitus op ‘t Noordzeestrand van H.H. ter Balkt:
Bitter schrijft de melkdrinker
’Zij hebben geen steden’ terwijl zijn tong
de gloed proeft van de triomfboog,
van de dubbelzinnige oogopslag,
van de intriges en de citroenen
En Stefan Hertmans in de bundel Goya als hond over een koortsig kind:
met een blond vogelnest in zijn nek,
zweet en een zoete adem,
dronken van melk en roepend baden
Voor mij geen glazen melk, maar roomijs en bitterkoekjespudding.